1944 – 1964

 

Vrijwel direct nadat Eindhoven was bevrijd in 1944 werden weer plannen gemaakt voor de toekomst. De vliegtuigen werden uit de opslag gehaald. Er moest hard worden gewerkt om alle materiaal in orde te maken. Slechts een kleine kern leden was overgebleven. De PH-58 was zwaar beschadigd bij een bombardement. Vooral de vleugels waren grotendeels vernield door vallend puin. Men besloot kist te repareren en de schade te verhalen uit de oorlogsfondsen.

 

 

 

 

 

 

 

   

 

Op 14 augustus 1945 plaatste de club een advertentie voor nieuwe leden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aanvankelijk kreeg men geen toestemming te vliegen op Welschap. Het gehele vliegveld was bezaaid met bomkraters. De club week uit naar een vliegveld bij Leende, waar men vliegkampen hield. In het najaar van 1946 werd wel toestemming ontvangen en kon het materiaal naar een toegewezen hangar worden gebracht.

 

De reparatie van de PH-58 vorderde traag. De hoeveelheid werk viel tegen. De club had weliswaar in korte tijd een flinke aanwas van leden, maar deze dienden eerst ervaring op te doen. Uiteindelijk werd besloten de reparatie uit te besteden aan de Arnhemsche Zweefvliegtuig Bouw. In oktober 1948 werd voor de PH-58 een brandverzekering afgesloten. Waarde van de kist werd geschat op f. 1800,-- De totale kosten van de reparatie zouden uiteindelijk f. 2312,98 bedragen. 

De PH-58 werd in 1949 weer luchtwaardig toegevoegd aan de vloot. Het zou niet meer de prominente plaats krijgen die het voor de oorlog had ingenomen bij de club. In het kader van de werkverschaffing werden door Fokker een groot aantal Grunau Baby’s gebouwd en verspreid over de verenigingen. Dit waren Baby’s van het type IIb, voorzien van kleppen. Vliegen met de PH-58 en ook de kleploze PH-102 van de club vergde een grote vaardigheid van de vlieger. Niet iedereen was er dol op. Voor sommigen was het een ware sport. 

 

In 1951 werd de PH-58 voor de zoveelste keer geplaagd door een forse kraak, waarbij de romp zwaar werd beschadigd. De reparatie werd vrijwel door een man uitgevoerd en duurde tot medio 1953.

 

Op 30 april 1954 vloog Puck Smits de eerste vijf uur vlucht  met de PH-58. (5 uur 8 minuten).

Jan van Tilburg maakte op 7 juni 1954 een overlandvlucht van Eindhoven naar Nijmegen.

Dit is de derde een laatste overlandvlucht die met de PH-58 is gevlogen.

 

In 1957 werden met de PH-58 gedurende het gehele jaar 129 starts gemaakt, met een totaalduur van ruim 22 uur. De PH-58 ging mee naar het vliegkamp op Terlet. Het was een jaar van korte vluchten, ook tijdens het kamp. De langste vluchtduur was slechts 1 uur en 15 minuten.

Met een vlucht van 5 uur en 51 minuten vloog, op 5 juli 1959,  Karl Hinkel de langste duurvlucht uit de geschiedenis van de PH-58. Zijn eerste eis voor het zilveren C-brevet. 

 

Het zou weer 4 jaar duren voor de volgende vijf uur vlucht. Dit keer was het Jan van den Broek. Op 13 april 1963. Vluchtduur 5 uur en 12 minuten. Waldo van den Berg zou later in het jaar twintig minuten tekort komen voor de zo begeerde eis.

 

6 juli 1963 was een gedenkwaardige dag voor de PH-58. Een aantal leden had besloten een record aantal starts te gaan maken op een dag. Al voor vijf uur ‘s morgens ging de eerste kist de lucht in en om 18.19 uur de laatste. Totaal 101 starts. De eerste dag in de geschiedenis van de EAC met meer dan 100 starts. Het aandeel van de PH-58 was bijna de helft. 46 starts met een totale vliegduur van 4 uur en 43 minuten.

 

Het laatste jaar vliegjaar 1964, werd op 23 augustus afgesloten met een vlucht van 5 uur en 22 minuten. De vlieger was de schrijver van de artikelen voor deze website Henk (Snoerie) van der Heijden. Tijdens de vlucht werd een hoogte bereikt van ruim 2000 meter en voldaan aan twee eisen van het zilveren C-brevet. Een week later werd het brevet afgerond met een vlucht op de PH-158 van 69 kilometer van Eindhoven naar Geilenkirchen. Waarschijnlijk het laatste zilveren C-brevet dat geheel werd gevlogen op Grunau Baby.

 

Een opsomming van gedetailleerde gegevens over de jaren heen zijn weergegeven onder het onderwerp Vluchtgegevens.

 

In 1963 ontstonden bij de Rijksluchtvaartdienst en de Technische Dienst van het Zweefvliegcentrum Terlet ernstige twijfels over de betrouwbaarheid van alle met caseďne verlijmde zweefvliegtuigen.

Aanvankelijk ondergingen de kisten een periodieke keuring. Later vertrouwde men het niet meer. Dit is duidelijk te lezen in onderstaande brief van de Rijksluchtvaartdienst van 16 februari 1965, waarin ernstige feiten aan het licht werden gebracht. Het zou leiden tot het afkeuren alle caseďne gelijmde zweefvliegtuigen. Na 27 jaar ook dus ook einde vliegen voor de PH-58.

Top

Home Page