Het verloren
Luchtwaardigheidsbewijs.
In maart levert een zoektocht naar het Luchtwaardigheidsbewijs van de PH-58 niets op. Reden voor de secretaris een brief te schrijven aan de directeur van de Luchtvaartdienst.
Mijne Heeren,
Het luchtwaardigheidsbewijs
van de PH-58 is, vermoedelijk tijdens een verhuizing op het vliegveld
zoekgeraakt. Het schijnt noodig te zijn, zelfs de paperassen aan een ketting te
leggen, anders zweven ze weg ! Zou u ons aan een duplicaat kunnen helpen ? Zoo
ja, welke formaliteiten zijn daartoe te vervullen ?
Vervolgens maakt de secretaris nog van de gelegenheid
gebruik door mede te delen dat besloten is tot fusie met de N.B.A.C. De toekomstige naam zal zijn: Eindhovensche
Aero Club (E.A.C).
Op 13 juni werd de PH-58 gekraakt. Bij een landing werd het toestel zwaar beschadigd aan romp en linker vleugel.

Het was voor de club onmogelijk de schade zelf te herstellen. Men zocht naar een oplossing de PH-58 gereed te hebben voor aanvang van de Bondswedstrijden. De club was verplicht de kist voor de wedstrijden ter beschikking te stellen. Directeur Bauling van Vliegtuigbouw Deventer deelde mee vol met werk te zitten. De heer Vaassen van de Arnhemsche Vliegtuigbouw garandeerde een levertijd van 3 á 4 weken. Niet alleen de reparatie moest worden uitgevoerd, maar ook een inmiddels door de Luchtvaartdienst voorgeschreven versterking (No. III/Z2D3-25) in de vleugels moest worden uitgevoerd. De kosten werden begroot op f 400.- waarvan de helft voor de versterking.
Dick Heuvelink brengt, na een bezoek op 7 juli bij de heer Vaassen in Arnhem, een uitgebreid verslag uit van de reparatie en eindigt zijn brief als volgt:
Conclusie:
Het werk is serieus gedaan en getuigt van vakmanschap. Gebruikte materialen zijn van goede kwaliteit, triplex van cawit, liggers – gordingen en klossen van spruce.
Ik wil niet nalaten een opmerking te maken over een buitengewoon slechte verlijming van het oorspronkelijke toestel – stukken ter controle zijn nog bij Hr. Vaassen aanwezig. Het is m.i. levensgevaarlijk om machines welke in dezelfde periode gebouwd zijn als de P.H. 58 veel langer te laten vliegen, daar na eenige vlieguren, vooral met wolkenvluchten, lijmplaatsen van zwaar belaste deelen zullen gaan loslaten en in die gevallen waar men zonder parachute vliegt – hoogte vluchten vanaf auto of lier – kans loopt op doodelijke ongevallen.
Naar mijn mening had dit toestel bij de oorspronkelijke keuring afgekeurd behooren te worden.
Ik wijs U in dit verband tevens op eenige feiten welke mij door een technicus der E.A.C werden meegedeeld nl. dat indertijd de rompbeplating aan de onderzijde achter de schaats op verschillende plaatsen tijdens starten losgesprongen is van de spanten, zoodat opnieuw lijmen noodig bleek. Tevens dat het toestel bij de aflevering, nadat het door een vliegtuig gesleept op Welschap geland was, niet voorzien was van splitpennen in de rolroerscharnieren.
Ik meen deze zaken wel onder de aandacht te moeten brengen, aangezien zulk werk niet getuigt van vakmanschap en men blijkbaar niet voldoende doordrongen is geweest van het parool: SAFETY FIRST.
Hoogachtend,
D.J. Heuvelink
De scherpe kritiek deed
geen goed aan de verstandhouding met Vliegtuigbouw Deventer. Getuige de grote
moeilijkheden bij het verkrijgen van tekeningen van de Grunau Baby in 1939. Men
was toen van plan een nieuwe Baby te laten bouwen door de Ambachtschool in Heythuysen.
Uiteindelijk zou men op slinkse wijze de tekeningen bemachtigen.
Uit het jaarverslag 1938
“Waar wij het vorig jaar schreven, dat 1938 ons hopelijk vele zweefvliegbewijzen en C-Brevetten zou brengen, deze hoop is niet in vervulling gegaan. Evenmin zijn overlandvluchten gemaakt. Het aantal behaalde C-brevetten is slechts weinig grooter dan in 1937 en het aantal behaalde zweefvliegbewijzen is even groot geweest. Nu er enkele leden zijn, die het thermisch zweven onder de knie hebben, verwachten wij, dat deze zullen optreden als leermeester voor andere Baby-zwevers, waardoor de club haar plaats als mede één der belangrijkste Clubs in het land, zal kunnen worden gehandhaafd”.
De hoop die werd
uitgesproken zou uitkomen. Men had de wil en kon vooruit.
.